Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

lantaarn-vignet
wie zijn wij?idee en uitwerking © J.Crumonderwerpen

Naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' nog meer te bieden heeft.

HET TUTORSYSTEEM

trefwoorden:
wat kun je ermee? | voordelen voor de tutor en de leerling | keuze van de tutors |
wie krijgt er hulp? | globaal stappenplan | training tutoren

Vooraf.
Eerst wat over de terminologie.
Een tutor is een kind dat een ander kind in de school begeleidt. Dat kan zijn binnen dezelfde groep (groepsgebonden) of uit een lagere groep (groepsdoorbrekend). Het is ook nog mogelijk om schooldoorbrekend te werken met leerlingen uit het voortgezet onderwijs die in het basisonderwijs tutor zijn.
Het kind dat begeleid wordt, is de tutee.

En daar zitten we dan met deze benamingen, die overgenomen zijn uit het Engels / Amerikaans. Als je begeleiding hebt gehad van een tutor spreekt men daar van 'tutored'. In het Nederlands ben je dan getutored (?)...
Zouden er geen andere termen te bedenken zijn? In de praktijk bleek 'coach' voor de kinderen wel herkenbaar en bruikbaar. Misschien is in plaats van tutor 'gezel' (m/v) wel iets; de gezel begeleidt de 'leerling' (m/v); verder heb je dan nog de 'meester' of de 'juf'.
We laten deze kwestie maar even rusten; we zullen de term tutor gebruiken en verder spreken we toch liever van leerling dan van tutee.

We willen onze aandacht richten op de begeleiding door een tutor van een kind in een lagere groep, omdat dan naar onze mening de werkwijze het beste tot zijn recht komt. En dan denken we aan tutors uit groep 7 en 8; we komen hierop nog terug. (Trouwens: onze termen 'gezel' en 'leerling' zijn op die manier ook heel passend!) En verder spreken we van tutors. Die zijn goed in bijv. het begeleiden van het rekenen of iets specifieker van de tafels, terwijl een ander het beste met lezen kan helpen. 'Goed zijn' hoeft niet te betekenen dat ze zelf goed waren in wat ze nu begeleiden. Misschien toen juist niet. En dat ze nu goed zijn in het begeleiden van dat onderwerp, kan ook betekenen dat ze inmiddels geleerd hebben hoe ze begeleiden moeten. Want: 'voor tutor moet je leren'.

Er bestaat voldoende literatuur over dit onderwerp; u kunt deze ongetwijfeld raadplegen bij een regionale onderwijsbegeleidingsdienst, waar u ook kunt informeren naar begeleidingsmogelijkheden in dit opzicht.

Wat kun je ermee?
Wij van 'De Lantaarn' zien vooral goede mogelijkheden voor leerlingen die ondersteuning of verrijking nodig hebben.

verrijking
Bij verrijking denken we niet alleen aan de bekende schoolvakken. We noemen nog wat andere mogelijkheden:
  • het werken met (veilige) electronica
  • verdieping van een hobby als bijv. stenen verzamelen
  • het leren van een vreemde taal, die de moedertaal van de tutor is
  • ontwikkelen van creatieve vaardigheden
  • enz
ondersteuning
Ondersteuning zien we in de vorm van:
  • begeleid werken
  • inoefenen van vaardigheden
  • verlengde instructie

En dan vooral: tijdig gegeven ondersteuning, als er sprake is van nog lichte problemen.
Het grote voordeel zit vooral in de toename van de effectieve leertijd die de leerling benut bij tutorhulp. Als we een vergelijking maken met vermindering van de groepsgrootte, waardoor de kinderen ook meer aandacht zouden krijgen, dan blijkt daarmee de effectieve leertijd per kind niet opvallend toe te nemen.

We nemen graag aan dat het schoolkimaat positief beïnvloed wordt als kinderen elkaar leren kennen als, aan de ene kant helpende kinderen (de tutors) en aan de andere kant kinderen waarvoor je zorg hebt (kinderen die je als tutor helpt). Hiermee groeien allerlei netwerken die een positieve onderlinge relatie bevorderen.


terug naar het begin van deze pagina

Voordelen voor de tutor en de leerling.
In het geval van de tutor en de leerling die hulp krijgt, geldt voor allebei: ze gaan naar school om iets te leren. Het ligt voor de hand dat de leerling die hulp krijgt er het één en ander beter mee leert. Dat moet op één of andere manier ook voor de tutor gelden.
We beginnen met het laatste.

tutor
  • menige leerkracht zal zelf hebben ervaren dat je iets pas goed begreep toen je het aan de kinderen moest uitleggen; dat geldt ook voor de tutor
  • door het uitleggen aan een ander verbeteren de verbale mogelijkheden
  • het efficient werken blijkt te verbeteren: tijdsplanning, ordening van materialen, doelgericht werken
  • ook treedt er een positievere houding op t.o.v. het betreffende schoolvak
  • versterking van het zelfbeeld en ook vaak een positiever beeld bij de leerkrachten
  • verdere ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel
  • geduld en aandacht voor een ander
de leerling
  • verbetering van de leerprestaties
  • in de één-één situatie neemt de leergerichtheid toe
  • doordat het leren beter gaat, treedt er een afname op van de gevolgen van de leerproblemen bijv.: minder faalangst, positiever zelfbeeld, een postievere houding t.o.v. het betreffende schoolvak, minder compensatiegedrag
  • acceptatie dat je niet alleen van de leerkracht wat leert, maar ook van medeleerlingen


terug naar het begin van deze pagina

Keuze van de tutors.
Zoals er een doel is voor de leerling die hulp krijgt, zo is er ook een doel voor de tutor.
Dat kan van alles zijn:

  • hulpvaardigheid ontwikkelen
  • verbale mogelijkheden uitbreiden
  • geduld leren opbrengen
  • betere integratie van eigen kennis of vaardigheden door het aan een ander te leren
  • systematisch leren werken
  • positief zelfbeeld ontwikkelen
  • enz.

Als het werken met tutoren een wezenlijk onderdeel van een schoolconcept is, dan zou elke leerling een periode tutor moeten zijn. (Er is echter één bezwaar tegen dit 'moeten': als een kind beslist niet wil, dan zal het waarschijnlijk voor de betrokken leerling die hulp krijgt, ongunstig uitwerken. Voor de leerkracht is dan de vraag: waarom wil die leerling niet.)

In principe dus elke leerling een periode tutor. Maar altijd weloverwogen: deze leerling en die tutor. Niet als een soort automatisme volgens bijv. een rooster dus.

En tenslotte voor dit gedeelte: de ouders moeten ermee accoord gaan dat hun kind meedoet als tutor.



Onze voorkeur gaat vooralsnog uit naar een groepsdoorbrekende realisering. Leerlingen uit groep 7 en 8 helpen dan kinderen uit de lagere groepen met een leeftijdverschil van 2 tot 5 jaar. Naar ons idee is het dan voor de leerling die hulp krijgt heel acceptabel, terwijl hulp door een klasgenoot wel eens een gevoelig punt zou kunnen zijn. Verder is een overweging dat een wat grotere afstand qua leerstofbeheersing meer mogelijkheden biedt. Ook een voordeel is dat door deze opzet de leerling die zelf ooit zwak was op een bepaald gebied en nu op een hoger niveau daarmee nog wel moeite zal hebben, toch ook daarmee een ander kan helpen.
Mogelijk is het met het oog op de leerdoelen van het betreffende leerjaar praktisch om de leerlingen van groep 7 in de eerste helft van het cursusjaar tutor te laten zijn en die van groep 8 in tweede helft.


terug naar het begin van deze pagina

Wie krijgt er hulp?
We hebben al aangegeven dat het om ondersteuning of verrijking gaat.
Aan de hulp in de vorm van ondersteuning bij leerproblemen zitten risico's. Zonder dat er nou een echte 'diagnose' aan te pas moet komen: het is wel belangrijk om eerst goed stil te staan bij de aard van de moeilijkheden; dat zien we het liefst gebeuren door de leerktacht en de interne begeleider samen.
Het zal duidelijk zijn, dat er andere wegen bewandeld moeten worden als het grootste deel van de groep een tutor nodig heeft. Dan is het aangeboden leerstofniveau te hoog en is een benadering op groepsniveau nodig.
Ook bij moeilijkheden in de eerste helft van groep 3 met lezen en rekenen leren, geven wij er de voorkeur aan om niet met een tutor te werken. De leerprocessen luisteren dan erg nauw.
Verder is in het algemeen een foutenanalyse belangrijk. Het komt bijv. nogal eens voor dat een leerling alsmaar rekenhulp nodig heeft, terwijl de vaardigheden in het rekenen t/m 20 niet in orde zijn. Dan is het niet direct nodig om het hele rekenprogramma op dat niveau te geven, maar wel moet de ondersteuning gericht zijn op die vaardigheden.
Door kennis en ervaring weten een leerkracht en een interne begeleider dat er leermoeilijkheden zijn die zo vroegtijdig mogelijke ondersteuning vragen, bijv. achterblijven met lezen in de tweede helft van groep 3 terwijl het principe van lezen duidelijk is, er nog een trage maar wel juiste letterbenoeming plaatsvindt en alleen drieklankwoorden redelijk gelezen worden. Dan is op dat niveau uitbreiding van de leertijd nodig.
Maar in het geval er bijv. met de spelling weinig fouten gemaakt worden, maar wel vaak b/d- en ie/ei-verwarring plaatsvindt, dan kan men beter voorlopig wachten met allerlei extra werk op dit gebied, want als de problemen hiertoe beperkt blijven, komt een kind er een jaar later òf zelf achter, òf er is dan maar een korte intensieve hulp nodig om het probleem op te lossen terwijl er nu veel meer tijd in gaat zitten. (Overigens: men moet deze gtedachte wel goed met de ouders doorspreken en aan termijnen binden, omdat er anders onduidelijkheid over de aanpak ontstaat.)

Controlemomenten in de vorm van toetsing en werkanalyse geven aan of men op de goede weg. Het is van belang om een werkperiode van ongeveer 8 schoolweken gedurende zo'n 3 keer per week af te spreken voor het inzetten van de tutor en dan te evalueren. Bij een langere periode ontstaan er vaak motivatieproblemen.

In alle gevallen worden de ouders bij de beslissingen betrokken. Zij moeten ook toestemming geven dat hun kind hulp van een tutor krijgt.


terug naar het begin van deze pagina

Globaal stappenplan.
In het stappenplan worden de volgende zaken opgenomen:

  • als begeleiding door een tutor structureel in het schoolconcept gaat worden opgenomen, is het noodzakelijk hierover een informatieavond voor de ouders te beleggen
  • bij onze opzet kan het zijn dat leerlingen uit de groepen 2 t/m 6 met hulp door een tutor te maken krijgen en het is goed dat dan zo'n hele groep weet hoe dit zit; wij zouden wachten todat het moment van de hulp zich eventueel aandient en dan pas het er met de groep over hebben.
  • alle kinderen uit groep 7 (en bij de eerste invoering ook die van groep 8) krijgen informatie en training om tutor te kunnen zijn; een middel bij de training zijn de instructiekaarten waarop de werkwijze als gedachtensteuntje staat
  • het is praktisch om de tutorbegeleiding aanvankelijk te beperken tot een bepaald leerstofgebied
  • er worden voor het betreffende leerstofgebied administratiekaarten ontwikkeld, waarmee elke tutor te maken kan krijgen, zodat groepsgewijze instructie mogelijk is; bij een verder ontwikkeld tutorsysteem zal waarschijnlijk wat meer in kleine groepen instructie gegeven moeten worden zo gauw dit actueel is
  • in de beginfase kan het beste in teamverband het geheel van de ontwikkelingen gevolgd worden, inclusief de signalering van de kinderen die hulp krijgen; later is dit meer een zaak van de leerkracht samen met de interne begeleider
  • een aandachtspunt is eveneens de plaats waar de hulp gegeven wordt; beter weinig kinderen in de hulp met redelijke voorzieningen dan veel kinderen op allerlei onmogelijke plaatsen waar u zelf ook niet een kind zou kunnen helpen
  • voordat de hulp start wordt de ouders om toestemming gevraagd
  • het onderling kennismaken van de tutor en de betreffende leerling is een onderdeel van het draaiboek en dat geldt ook voor het weer afscheid nemen aan het eind van de hulperiode
  • de hulpperiode duurt altijd 8 schoolweken, ongeacht de vorderingen gedurende het liefst minstens drie keer per week; ongeacht de vorderingen: een jojo-effect van in en uit de hulp moet worden vermeden en alleen bij 'calamiteiten' wordt de hulp stopgezet.


terug naar het begin van deze pagina

Training tutoren.
'Voor tutor moet je leren'. We noemen hier verschillende aspecten van dat leren.

In de eerste plaats moet je weten wat er aan het werk vastzit waarmee je moet helpen. Dat geldt zowel voor ondersteuning als verrijking. De tutor wordt geleerd hoe zich voor te bereiden op de inhoud van het werk.

In het algemeen is een tutor begeleidend bezig en daarbij is o.a. van belang:

  • hoe haal je de leerling op, loop je voorop of erachter
  • de plaats aan tafel (naar ons idee haaks ten opzichte van elkaar, niet naast of tegenover elkaar en bij een rechtshandige links ervan, bij een linkshandige rechts)
  • hoe begin je
  • wat doe je als een leerling een fout maakt en hoe corrigeer je fouten (dat hoeft niet bij elk leerstofgebied hetzelfde te zijn en ook binnen één en hetzelfde vak kan het nog afhangen van het soort werk; ook tussen de leerlingen zijn er verschillen en per leerling kan de reactie in een bepaalde fase van de hulp anders zijn. De leeshulp bijv. kan beginnen met vrijwel gelijktijdig halfluid meelezen > verschuiven naar enigszins achteraan komen met lezen als een soort bevestiging > alleen nog voorzeggen bij stagnatie > achteraf verbeteren
  • wat doe je als een leerling het goed doet
  • hoe sluit je het hulpmoment af

Het voorgaande zou je de tutors kunnen uitleggen, maar dit is bij vaardigheden niet zo effectief. Het verdient de voorkeur om één en ander in rollenspelen te oefenen.



We hebben geprobeerd de belangrijkste aspecten m.b.t. tutorbegeleiding weer te geven zodat u zich een goed beeld kunt vormen; voor het opzetten van een invoeringsplan hebt u waarschijnlijk meer aanwijzingen nodig, die u kunt vinden in de literatuur op dit gebied. Ook zou u de regionale onderwijsbegeleidingsdienst hiervoor kunnen raadplegen.


terug naar het begin van deze pagina


info
(zo gaat u naar de 'links' van 'De Lantaarn':)
Informatie van anderen.


terug naar het begin

statistieken:

Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'
Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen, wij zijn te bereiken via E-mail
door te klikken op:
e-mail

Naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft.