Vooraf. Eerstwat over de
terminologie. Een tutor is een kind dat een ander kind in de school begeleidt.
Dat kan zijn binnen dezelfde groep (groepsgebonden) of uit een lagere groep (groepsdoorbrekend).
Het is ook nog mogelijk om schooldoorbrekend te werken met leerlingen uit het
voortgezet onderwijs die in het basisonderwijs tutor zijn. Het kind dat begeleid
wordt, is de tutee.
En daar zitten we dan met deze
benamingen, die overgenomen zijn uit het Engels / Amerikaans. Als je begeleiding
hebt gehad van een tutor spreekt men daar van 'tutored'. In het Nederlands ben
je dan getutored (?)... Zouden er geen andere termen
te bedenken zijn? In de praktijk bleek 'coach' voor de kinderen wel herkenbaar
en bruikbaar. Misschien is in plaats van tutor 'gezel' (m/v) wel iets; de gezel
begeleidt de 'leerling' (m/v); verder heb je dan nog de 'meester' of de 'juf'.
We laten deze kwestie maar even rusten; we zullen de term tutor gebruiken en verder
spreken we toch liever van leerling dan van tutee.
We
willen onze aandacht richten op de begeleiding door een tutor van een
kind in een lagere groep, omdat dan naar onze mening de werkwijze het beste
tot zijn recht komt. En dan denken we aan tutors uit groep 7 en 8; we komen hierop
nog terug. (Trouwens: onze termen 'gezel' en 'leerling' zijn op die manier ook
heel passend!) En verder spreken we van tutors. Die zijn goed in bijv. het begeleiden
van het rekenen of iets specifieker van de tafels, terwijl een ander het beste
met lezen kan helpen. 'Goed zijn' hoeft niet te betekenen dat ze zelf goed waren
in wat ze nu begeleiden. Misschien toen juist niet. En dat ze nu goed zijn in
het begeleiden van dat onderwerp, kan ook betekenen dat ze inmiddels geleerd hebben
hoe ze begeleiden moeten. Want: 'voor tutor moet je leren'.
Er
bestaat voldoende literatuur over dit onderwerp; u kunt deze ongetwijfeld raadplegen
bij een regionale onderwijsbegeleidingsdienst, waar u ook kunt informeren naar
begeleidingsmogelijkheden in dit opzicht.
Wat
kun je ermee? Wij van 'De Lantaarn' zien vooral
goede mogelijkheden voor leerlingen die ondersteuning of verrijking nodig hebben.
verrijking
Bij verrijking denken we niet
alleen aan de bekende schoolvakken. We noemen nog wat andere mogelijkheden:
het werken met (veilige) electronica
verdieping
van een hobby als bijv. stenen verzamelen
het leren
van een vreemde taal, die de moedertaal van de tutor is
ontwikkelen
van creatieve vaardigheden
enz
ondersteuning
Ondersteuning zien we in de
vorm van:
begeleid
werken
inoefenen van vaardigheden
verlengde
instructie
En dan vooral:
tijdig gegeven ondersteuning, als er sprake is van nog lichte problemen.
Het grote voordeel zit vooral in de toename van de effectieve leertijd die de
leerling benut bij tutorhulp. Als we een vergelijking maken met vermindering van
de groepsgrootte, waardoor de kinderen ook meer aandacht zouden krijgen, dan blijkt
daarmee de effectieve leertijd per kind niet opvallend toe te nemen.
We
nemen graag aan dat het schoolkimaat positief beïnvloed wordt als kinderen
elkaar leren kennen als, aan de ene kant helpende kinderen (de tutors) en aan
de andere kant kinderen waarvoor je zorg hebt (kinderen die je als tutor helpt).
Hiermee groeien allerlei netwerken die een positieve onderlinge relatie bevorderen.
Voordelen
voor de tutor en de leerling. In het geval van
de tutor en de leerling die hulp krijgt, geldt voor allebei: ze gaan naar school
om iets te leren. Het ligt voor de hand dat de leerling die hulp krijgt er het
één en ander beter mee leert. Dat moet op één of andere
manier ook voor de tutor gelden. We beginnen met het laatste.
tutor
menige
leerkracht zal zelf hebben ervaren dat je iets pas goed begreep toen je het aan
de kinderen moest uitleggen; dat geldt ook voor de tutor
door het uitleggen aan een ander verbeteren
de verbale mogelijkheden
het
efficient werken blijkt te verbeteren: tijdsplanning, ordening van materialen,
doelgericht werken
ook
treedt er een positievere houding op t.o.v. het betreffende schoolvak
versterking van het zelfbeeld en ook vaak een
positiever beeld bij de leerkrachten
verdere
ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel
geduld
en aandacht voor een ander
de
leerling
verbetering van de leerprestaties
in
de één-één situatie neemt de leergerichtheid toe
doordat
het leren beter gaat, treedt er een afname op van de gevolgen van de leerproblemen
bijv.: minder faalangst, positiever zelfbeeld, een postievere houding t.o.v. het
betreffende schoolvak, minder compensatiegedrag
acceptatie
dat je niet alleen van de leerkracht wat leert, maar ook van medeleerlingen
Keuze
van de tutors. Zoals er een doel is voor de leerling
die hulp krijgt, zo is er ook een doel voor de tutor. Dat kan van alles zijn:
hulpvaardigheid ontwikkelen
verbale
mogelijkheden uitbreiden
geduld leren opbrengen
betere
integratie van eigen kennis of vaardigheden door het aan een ander te leren
systematisch
leren werken
positief zelfbeeld ontwikkelen
enz.
Als
het werken met tutoren een wezenlijk onderdeel van een schoolconcept is, dan zou
elke leerling een periode tutor moeten zijn. (Er
is echter één bezwaar tegen dit 'moeten': als een kind beslist niet
wil, dan zal het waarschijnlijk voor de betrokken leerling die hulp krijgt, ongunstig
uitwerken. Voor de leerkracht is dan de vraag: waarom wil die leerling niet.)
In
principe dus elke leerling een periode tutor. Maar altijd weloverwogen: deze leerling
en die tutor. Niet als een soort automatisme volgens bijv. een rooster dus.
En
tenslotte voor dit gedeelte: de ouders moeten ermee accoord gaan dat hun kind
meedoet als tutor.
Onze
voorkeur gaat vooralsnog uit naar een groepsdoorbrekende realisering. Leerlingen
uit groep 7 en 8 helpen dan kinderen uit de lagere groepen met een leeftijdverschil
van 2 tot 5 jaar. Naar ons idee is het dan voor de leerling die hulp krijgt heel
acceptabel, terwijl hulp door een klasgenoot wel eens een gevoelig punt zou kunnen
zijn. Verder is een overweging dat een wat grotere afstand qua leerstofbeheersing
meer mogelijkheden biedt. Ook een voordeel is dat door deze opzet de leerling
die zelf ooit zwak was op een bepaald gebied en nu op een hoger niveau daarmee
nog wel moeite zal hebben, toch ook daarmee een ander kan helpen. Mogelijk
is het met het oog op de leerdoelen van het betreffende leerjaar praktisch om
de leerlingen van groep 7 in de eerste helft van het cursusjaar tutor te laten
zijn en die van groep 8 in tweede helft.
Wie
krijgt er hulp? We hebben al aangegeven dat het
om ondersteuning of verrijking gaat. Aan de hulp in de vorm van ondersteuning
bij leerproblemen zitten risico's. Zonder dat er nou een echte 'diagnose' aan
te pas moet komen: het is wel belangrijk om eerst goed stil te staan bij de aard
van de moeilijkheden; dat zien we het liefst gebeuren door de leerktacht en de
interne begeleider samen. Het zal duidelijk zijn, dat er andere wegen bewandeld
moeten worden als het grootste deel van de groep een tutor nodig heeft. Dan is
het aangeboden leerstofniveau te hoog en is een benadering op groepsniveau nodig.
Ook bij moeilijkheden in de eerste helft van groep 3 met lezen en rekenen
leren, geven wij er de voorkeur aan om niet met een tutor te werken. De leerprocessen
luisteren dan erg nauw. Verder is in het algemeen een foutenanalyse belangrijk.
Het komt bijv. nogal eens voor dat een leerling alsmaar rekenhulp nodig heeft,
terwijl de vaardigheden in het rekenen t/m 20 niet in orde zijn. Dan is het niet
direct nodig om het hele rekenprogramma op dat niveau te geven, maar wel moet
de ondersteuning gericht zijn op die vaardigheden. Door kennis en ervaring
weten een leerkracht en een interne begeleider dat er leermoeilijkheden zijn die
zo vroegtijdig mogelijke ondersteuning vragen, bijv. achterblijven met lezen in
de tweede helft van groep 3 terwijl het principe van lezen duidelijk is, er nog
een trage maar wel juiste letterbenoeming plaatsvindt en alleen drieklankwoorden
redelijk gelezen worden. Dan is op dat niveau uitbreiding van de leertijd nodig.
Maar in het geval er bijv. met de spelling weinig fouten gemaakt worden, maar
wel vaak b/d- en ie/ei-verwarring plaatsvindt, dan kan men beter voorlopig wachten
met allerlei extra werk op dit gebied, want als de problemen hiertoe beperkt blijven,
komt een kind er een jaar later òf zelf achter, òf er is dan maar
een korte intensieve hulp nodig om het probleem op te lossen terwijl er nu veel
meer tijd in gaat zitten. (Overigens: men moet deze gtedachte wel goed met de
ouders doorspreken en aan termijnen binden, omdat er anders onduidelijkheid over
de aanpak ontstaat.)
Controlemomenten in de vorm
van toetsing en werkanalyse geven aan of men op de goede weg. Het is van belang
om een werkperiode van ongeveer 8 schoolweken gedurende zo'n 3 keer per week af
te spreken voor het inzetten van de tutor en dan te evalueren. Bij een langere
periode ontstaan er vaak motivatieproblemen.
In alle
gevallen worden de ouders bij de beslissingen betrokken. Zij moeten ook toestemming
geven dat hun kind hulp van een tutor krijgt.
Globaal
stappenplan. In het stappenplan worden de volgende
zaken opgenomen:
als begeleiding door een tutor
structureel in het schoolconcept gaat worden opgenomen, is het noodzakelijk hierover
een informatieavond voor de ouders te beleggen
bij
onze opzet kan het zijn dat leerlingen uit de groepen 2 t/m 6 met hulp door een
tutor te maken krijgen en het is goed dat dan zo'n hele groep weet hoe dit zit;
wij zouden wachten todat het moment van de hulp zich eventueel aandient en dan
pas het er met de groep over hebben.
alle kinderen
uit groep 7 (en bij de eerste invoering ook die van groep 8) krijgen informatie
en training om tutor te kunnen zijn; een middel bij de training zijn de instructiekaarten
waarop de werkwijze als gedachtensteuntje staat
het
is praktisch om de tutorbegeleiding aanvankelijk te beperken tot een bepaald leerstofgebied
er
worden voor het betreffende leerstofgebied administratiekaarten ontwikkeld, waarmee
elke tutor te maken kan krijgen, zodat groepsgewijze instructie mogelijk is; bij
een verder ontwikkeld tutorsysteem zal waarschijnlijk wat meer in kleine groepen
instructie gegeven moeten worden zo gauw dit actueel is
in
de beginfase kan het beste in teamverband het geheel van de ontwikkelingen gevolgd
worden, inclusief de signalering van de kinderen die hulp krijgen; later is dit
meer een zaak van de leerkracht samen met de interne begeleider
een
aandachtspunt is eveneens de plaats waar de hulp gegeven wordt; beter weinig kinderen
in de hulp met redelijke voorzieningen dan veel kinderen op allerlei onmogelijke
plaatsen waar u zelf ook niet een kind zou kunnen helpen
voordat
de hulp start wordt de ouders om toestemming gevraagd
het
onderling kennismaken van de tutor en de betreffende leerling is een onderdeel
van het draaiboek en dat geldt ook voor het weer afscheid nemen aan het eind van
de hulperiode
de hulpperiode duurt altijd 8 schoolweken,
ongeacht de vorderingen gedurende het liefst minstens drie keer per week; ongeacht
de vorderingen: een jojo-effect van in en uit de hulp moet worden vermeden en
alleen bij 'calamiteiten' wordt de hulp stopgezet.
Training
tutoren. 'Voor tutor moet je leren'. We noemen
hier verschillende aspecten van dat leren.
In de
eerste plaats moet je weten wat er aan het werk vastzit waarmee je moet helpen.
Dat geldt zowel voor ondersteuning als verrijking. De tutor wordt geleerd hoe
zich voor te bereiden op de inhoud van het werk.
In
het algemeen is een tutor begeleidend bezig en daarbij is o.a. van belang:
hoe haal je de leerling op, loop je voorop of erachter
de
plaats aan tafel (naar ons idee haaks ten opzichte van elkaar, niet naast of tegenover
elkaar en bij een rechtshandige links ervan, bij een linkshandige rechts)
hoe
begin je
wat doe je als een leerling een fout maakt
en hoe corrigeer je fouten (dat hoeft niet bij elk leerstofgebied hetzelfde te
zijn en ook binnen één en hetzelfde vak kan het nog afhangen van
het soort werk; ook tussen de leerlingen zijn er verschillen en per leerling kan
de reactie in een bepaalde fase van de hulp anders zijn. De leeshulp bijv. kan
beginnen met vrijwel gelijktijdig halfluid meelezen > verschuiven naar enigszins
achteraan komen met lezen als een soort bevestiging > alleen nog voorzeggen
bij stagnatie > achteraf verbeteren
wat doe
je als een leerling het goed doet
hoe sluit je
het hulpmoment af
Het voorgaande zou je de
tutors kunnen uitleggen, maar dit is bij vaardigheden niet zo effectief. Het verdient
de voorkeur om één en ander in rollenspelen te oefenen.
We hebben geprobeerd de belangrijkste aspecten m.b.t. tutorbegeleiding
weer te geven zodat u zich een goed beeld kunt vormen; voor het opzetten van een
invoeringsplan hebt u waarschijnlijk meer aanwijzingen nodig, die u kunt vinden
in de literatuur op dit gebied. Ook zou u de regionale onderwijsbegeleidingsdienst
hiervoor kunnen raadplegen.
Nieuwe Adviesdienst
voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn' Hebt u opmerkingen, aanvullingen,
suggesties of vragen, wij zijn te bereiken via E-mail door te klikken op: