1.
Onder de vloer hoor ik muizen.
Aan mijn voeten heb ik sokken.
Ik houd veel van mijn moeder.
Roekoe, koeren de duiven.
Mijn neus doet pijn.
Koop je voor je moeder wel eens bloemen?
Wat kun je doen met een stuiver?
Ik loop in een bos met beuken.
Wil jij in je kopje thee veel suiker?
2.
Van mijn tante kreeg ik een gulden.
Op die doos zit geen deksel.
Je bent ziek, ga naar de dokter.
Op de heide loopt een herder.
Het is koud, pak gauw je mantel.
Een haas eet graag een wortel.
Speel jij ook graag op zolder.
Ik kreeg een mand met kersen.
De vaas viel aan scherven.
In de zon vliegt een vlinder.
3.
Geef jij de bloemen water met een gieter?
Ik verf met mijn penseel.
Ik heb zo'n pijn in mijn kiezen.
De boeren gaan op klompen.
Aan die boom groeien zoete pruimen.
Ik mag in de tuin harken.
Ik wil zo graag een plaat kleuren.
In de wei zie ik paarden.
De trein vertrekt, je moet je haasten.
Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'
![]()
terug naar het begin
Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen: wij zijn te bereiken
via E-mail
jcrum@lantaarn.demon.nl
Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft.