Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~'De Lantaarn'

LETTERGREEP- of KLANKGROEPREGELS

Vooraf
Fase 1: klinkers en medeklinkers
Fase 2: lange klinkers en korte klinkers
Fase 3: lettergrepen Fase 3: klankgroepen
Fase 4: lettergreepregels: korte klinker Fase 4: klankgroepregels: korte klinker
Fase 5: lettergreepregels: lange klinker Fase 5: klankgroepregels: lange klinker

Terug naar 'De spelling leren'

Vooraf.

Dit onderdeel over de lettergreep- of klankgroepregels is een uitwerking van 'De spelling leren'. U wordt aangeraden om die pagina's eerst goed door te nemen. Daar is ook uiteengezet, dat uitgegaan kan worden van lettergrepen, maar ook van klankgroepen.

Dit programma is geschikt voor kinderen in groep 5, maar het is nog beter om te wachten tot groep 6 voordat deze regelhantering ingevoerd wordt. Voor die tijd zouden wij van 'De Lantaarn' het accent leggen op het goed leren lezen (met inbegrip van begrijpend lezen) en op de aandacht voor het luisteren naar wat je hoort en wat je leest. En dan niet alleen met het oog op de betekenis, maar ook met aandacht voor hoe het klinkt, hoe het voelt (zeg maar: in je mond of in je keel) en ook hoe het eruit ziet als je in de spiegel kijkt bij de uitspraak van bepaalde klanken.
Ook zal dan opgevallen zijn dat dezelfde klanken verschillend geschreven kunnen worden. Daarvoor is vast echte aandacht geweest en mogelijk zijn ook de eigen ontdekkingen van de kinderen door hen verwoord, maar de regels erbij waren nog niet aan de orde. Opgepast: ook niet alvast er iets over vertellen, want als je het doet, moet je het goed doen.

Als uitgegaan wordt van lettergrepen, dan zien de vier hoofdregels er zo uit:

4 hoofdregels

Bij klankgroepen is er één regel minder, doordat de schrijfwijze van bijv. mesten en messen onder dezelfde regel valt, namelijk:

na een korte klinker schrijf je twee medeklinkers

De regel voor de lange klinker ziet er dan zo uit:

na een lange klinker schrijf je één medeklinker

Deze verschillende invalshoeken vragen ook een verschillende uitwerking. Dat kunt u bovenaan deze pagina in het overzicht zien. Vanaf fase 3 worden er twee leerlijnen aangegeven.

Bij het toepassen van klankgroep- en ook lettergreepregels voor de schrijfwijze, moet het verdelen in klankgroepen of lettergrepen op het gehoor eerst beheerst worden. Met enige nadruk: op het gehoor. Dan gaat het nog niet om het leren van de spelling van een woord; het gaat om het verdelen. Verdelen in klankgroepen of lettergrepen sluit aan bij het luisteren en lezen. Er is dus een bepaald leesniveau nodig en een goede gerichtheid op het luisteren. Ook het naar jezelf luisteren, met later een soort innerlijk horen.

Nog even een opmerking: het is onbelangrijk hoe woorden afgebroken moeten worden aan het eind van een regel. (Als je dat niet weet, vermijd dan dit probleem door op een nieuwe regel te beginnen.) Daarover gaat dit gedeelte dus niet!

Oefeningen op het gehoor worden in het onderwijs auditieve oefeningen genoemd. Die zijn belangrijk, ook in dit geval. Als kinderen tijdelijk of langdurig slecht horen, blijken ze veel te missen. Vooral in een periode wanneer de taalontwikkeling zo opvallend in opbouw is als bij peuters en kleuters. Dan merk je dat er verkeerde koppelingen tussen nieuwe begrippen en woorden ontstaan. Maar ook later als het meer om details gaat, hebben zulke kinderen het moeilijk. (Dit geldt ook voor kinderen die slecht hebben leren luisteren, al ligt dit natuurlijk anders dan wanneer er een gehoorprobleem is.) De kwestie van de lettergreep- of klankgroepregels ligt dan ook moeilijker.



terug naar het begin

Fase 1: klinkers en medeklinkers.

Het is in deze fase gemakkelijk als de kinderen het alfabet kennen. We gaan ervan uit dat het leesniveau zover gevorderd is, dat er niet meer spellend gelezen wordt. Nu kunnen de letters ook alfabetisch benoemd worden. Vaak wordt er een soort rijmpje van gemaakt:

a b c d e f g
h i j k l m n o p
q r s t u v w
x ij z
dat zijn de letters van het alfabet.

Om wat te trainen met het alfabet hebben we op een afzonderlijke pagina oefeningen opgenomen (klik hierop: alfabetoefeningen).

In deze fase leren we de namen van de klinkers en de medeklinkers, evenals van de tweeklanken:

klinkers: a, e, i, o, u
tweeklanken: ij, ei, ou, au, ie, oe, ui, eu
medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, z

Er worden nog wel eens bezwaren geuit tegen het leren van zulke officiële termen. Onze vraag is dan: 'Waarom niet de dingen bij de naam genoemd? Dat is toch duidelijk en zonder misverstanden?'. Dus: doen. De zo juist genoemde alfabetoefeningen kunnen ook gebruikt worden voor zoekoefeningen naar klinkers, medeklinkers en tweeklanken. Maar ook elke leestekst is hiervoor geschikt. Als deze tenminste wat groter gedrukt is, zodat er ruimte is om te omcirkelen.



terug naar het begin

Fase 2: lange klinkers en korte klinkers.

Nu komt goed van pas wat we schreven bij 'Vooraf':

de aandacht voor het luisteren naar wat je hoort en wat je leest.
En dan niet alleen met het oog op de betekenis, maar ook met aandacht voor hoe het klinkt,
hoe het voelt (zeg maar: in je mond of in je keel) en
ook hoe het eruit ziet als je in de spiegel kijkt bij de uitspraak van bepaalde klanken.

We beginnen met de korte klinkers, zoals in man, en we voorzien die ook van een uitspraakteken. We stellen daarvoor dit teken voor (in dit geval boven a):

korte klinker

De lange klinker komt in twee schrijfwijzes voor (bijv. zowel aa, zoals in laan, en a, zoals in lanen). Dat laten we dan zo zien:

lange klinker     en     lange klinker

Met elke leestekst kan men nu oefeningen doen in het aangeven met een teken boven de letters of het om een korte of lange klinker gaat. Ook hierbij is het nodig dat de leestekst wat groter gedrukt is, zodat er voldoende ruimte is om de tekens te zetten. We hebben ook nog aparte pagina's gemaakt met klinkeroefeningen: a/aa, e/ee, i, o/oo, u/uu. En verder zijn er in allerlei methodes wel lesjes te vinden. (Een klassieke methode op dit gebied is 'Taal is niet zo moeilijk', in dit geval deel 1. Uitg. Wolters-Noordhoff)



terug naar het begin

Fase 3: lettergrepen.

Het werkt nog het beste om te vertellen dat woorden soms uit meer stukjes bestaan die je kunt horen: fiets...bel (twee stukjes), of uit maar één stukje: fiets. Zo'n stukje heet lettergreep. We doen dan oefeningen om te zoeken naar woorden die uit meer lettergrepen bestaan. Dat leren we aan met hardop voorlezen.
Als we de motoriek inschakelen en elke lettergreep van een klap voorzien, dan wordt letterlijk het gevoel voor wat een lettergreep is, versterkt. We hebben voor het herkennen van woorden, die bestaan uit meer letteergrepen, een werkblad gemaakt, maar het kan natuurlijk met elke leestekst.
Ook het samenstellen van woorden uit afzonderlijke lettergrepen geeft meer inzicht en gevoel voor wat een lettergreep is. Hiervoor is weer een oefenblad beschikbaar, maar laat het de kinderen vooral ook mondeling doen met eigen kennis; vooral met twee zelfstandige woorddelen gaat het makkelijk: dak-pan, voet-bal, enz.

Vervolgens komt het verdelen in lettergrepen aan de orde. Eerst doen we dit met één-lettergrepige en twee-lettergrepige woorden door elkaar, later voegen we drie- of meer-lettergrepige woorden toe. De kinderen spreken het woord in zijn geheel uit en klappen dan de lettergrepen. Nu zetten we tussen de lettergrepen verticale streepjes. Een andere manier is om de lettergrepen op een trapje te schrijven. Dat heeft soms voordelen, omdat het zetten van de verticale streepjes nogal eens wat prutserig en daardoor onduidelijk wordt. Hiervoor kan hetzelfde werkblad van het begin gebruikt worden.



terug naar het begin

Fase 4: lettergreepregels: korte klinker.



terug naar het begin

Fase 5: lettergreepregels: lange klinker.



terug naar het begin

Fase 3: klankgroepen.

Het zal even wennen zijn: een klankgoep is niet hetzelfde als een lettergreep. We illustreren dit met /kisten/. Zoals bekend zijn de lettergrepen hierin kis-ten. De klankgroepen echter: [ki][sten]. En /messen/ in lettergrepen mes-sen, is een geheel andere benadering als [me][sen] in klankgroepen. Alvast even de regel die hierbij hoort, waardoor je de klankgroepen [me][sen] schrijft als messen:

na een korte klinker schrijf je twee medeklinkers

Klankgroepen kun je horen, maar niet schrijven. Klankgroepen hoor je en woorden schrijf je. De vraag is dus: welke klankgroepen hoor je en hoe schrijf je dan het woord?
Het zal duidelijk zijn, dat deze benadering vanaf het begin een andere aanpak vraagt. Als men in een later stadium alsnog over wil gaan op het werken mer klankgroepen, dan is een zorgvuldige 'aanloop' noodzakelijk. Door elkaar gebruiken van verschillende benaderingen kan natuurlijk helemaal niet, ook niet binnen één school in verschillende leerjaren.
Verder moet bedacht worden, dat de werkwijze met klankgroepen niet zo algemeen is. Bij schoolverandering is het daardoor misschien moeilijk voor het kind om een doorgaande lijn vast te houden.



terug naar het begin

Fase 4: klankgroepregels: korte klinker.



terug naar het begin

Fase 5: klankgroepregels: lange klinker.



terug naar het begin

stappenplan lettergrepen

hoofdregels

hoofdregels invullen



terug naar het begin


Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

terug naar het begin

Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen: wij zijn te bereiken via E-mail
jcrum@lantaarn.demon.nl

Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft.