Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

wie zijn wij?lantaarn-vignetonderwerpen

Naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' nog meer te bieden heeft.

DE SPELLING LEREN

De kernDyslexie of dysorthografie?
WoordstudietechniekOefensysteem
Lettergreepregels?Informatie van anderen

Belangrijke trefwoorden: aanleerstrategie en toepassingsstrategie | klinkers, medeklinkers en tweeklanken | regel voor eind -d of -t en nog 4 hoofdregels | soorten woorden: luisterwoord | weetwoord | regelwoord | uitgaan van klankgroepen? | woordenlijst |

idee en uitwerking © J.Crum


De kern: hoe leer ik / de woorden / goed schrijven?

De woorden.

Bij het leren van de spelling kun je een heel eind komen als je schrijft zoals je het hoort. Dat veronderstelt:

  • goed kunnen horen,
  • een goede gerichtheid op het luisteren, ook bij het 'innerlijk luisteren' als je een woord 'in je hoofd hebt' om te gaan schrijven
  • en een goede koppeling tussen de klank die je hoort en het teken dat je schrijft.

Er zijn ook moeilijke klanken die we schrijven met meerdere lettertekens als bijv. ui, eu, eeuw, enz. Die krijgen dan ook in elke methode aparte aandacht. Een woord waarbij de koppeling tussen de klank en het teken geen misverstand kan oproepen, noemen we een klankzuiver woord (rek is klankzuiver, maar rijk niet, want dat zou ook als reik geschreven kunnen worden). We noemen zo'n klankzuiver woord een luisterwoord.

Bij de niet-klankzuivere woorden beginnen dus de problemen. Die moet je apart leren, zoals lijn of lein, hout of haut, enz.. Soms is er nog een extra steuntje mogelijk. Bijv. het woordje leer lijkt te klinken als [lir] maar dat komt door de 'rare rakker' r. Dat moet je dus weten en daarom hebben we het over een weetwoord.

Verder zijn er de woorden waarbij regels worden toegepast. Als aparte groep worden de werkwoorden onderscheiden, maar er zijn ook regels voor de eind -d of -t (hoed of hoet) en voor de lettergrepen.We hebben het dan over een regelwoord.

Wij van 'De Lantaarn' zullen de woorden indelen in:

  1. luisterwoorden
  2. weetwoorden
  3. regelwoorden

Met deze indeling bieden wij een woordenlijst aan met minimumstof.


terug naar het begin
terug naar het begin

Hoe leer ik de woorden goed schrijven?

Het antwoord lijkt zo simpel: door ze goed te oefenen. Maar meestal wordt de kinderen niet geleerd hoe dat in z'n werk gaat. En als je een kind dan vraagt, hoe dat oefenen moet, dan krijg je antwoorden als: goed bekijken, tien keer overschrijven, enz. En als je het aan de leerkracht vraagt, dan wordt er vaak verwezen naar de methode die men gebruikt. Daarin staan dan leuke werkvormen, maar slechts zelden lees je iets over een woordstudietechniek. Wij van 'De Lantaarn' willen spellingsproblemen vooral benaderen vanuit de vraag: 'hoe pakt een kind het aan om een woord foutloos te schrijven', m.a.w. hoe pakt het een spellingsprobleem aan. En dat hangt ervan af hoe een woord aangeleerd is; heeft het toen geleerd om de juiste denkstappen te zetten en vervolgens: worden die nu toegepast. Dus de toepassingsstrategie, gekoppeld aan de aanleerstrategie.

En zo komen we uit bij de vraag: 'hoe leer ik mijn woorden'. Dus bij de woordstudie.

We geven een voorbeeld.

Niek is een jongen in groep 4 met ernstige leesproblemen; hij leest op het niveau van half groep 3, terwijl hij groep 3 al verlengd heeft. Bovendien heeft hij twee keer per week extra hulp. Er is sprake van dyslectische kenmerken (voor een toelichting hierop kunt u kijken bij het onderwerp 'Lezen leren' van De Lantaarn).
Met Niek is in een onderzoek van drie kwartier nagegaan hoe hij nieuwe woorden leert en hoe hij dit zou kunnen verbeteren.

Hij leert nieuwe woorden uit het woordpakket van groep 4 door ze 'goed te lezen'. Als je hem vraagt wat je nog meer zou kunnnen doen, zegt hij: 'opschrijven'.Door zijn leesprobleem komt hij hier al meteen in de moeilijkheden.
Door ze goed te lezen heeft hij de volgende woorden geoefend met daarnaast het resultaat bij dicteren.
Vervolgens werd hem gevraagd om de volgende nieuwe woorden goed te lezen en een hokje te zetten om de moeilijke stukjes. 
Dit was het resultaat bij dicteren.
Kennelijk kwamen de woordbeelden met de aanwijzingen van 'goed lezen en een hokje zetten om de moeilijke stukjes' niet goed binnen.
   
Nu werd een stappenplan opgeschreven en gevolgd:
  1. hardop lezen
  2. moeilijke letters (= een hokje eromheen zetten)
  3. foto maken (= in je hoofd kijken of je het woord weet)
  4. uit je hoofd (= opschrijven; dit werd op de computer gedaan)
  5. kijken (= kijken of het goed is)
Voor het onthouden op dat moment was deze aanpak succesvol; dit is het resultaat bij dicteren:
   

De vraag is: hoe leren we Niek zijn spellingswoorden beter leren? Leren leren dus.



terug naar het begin

Woordstudietechniek: 'hoe leer ik mijn woorden'.

We maken een voor de hand liggend onderscheid, namelijk:

  1. het leren van woorden, die bestaan uit één lettergreep, zoals doek, sprong, enz. Eerst luisterwoorden, later weetwoorden en tenslotte ook regelwoorden met eind d of t.
  2. het leren van woorden, die bestaan uit meer lettergrepen. Hierbij horen vanzelfsprekend ook de lettergreepregels.

In beide aanpakken wordt gebruik gemaakt van woorden op losse kaartjes. Om die reden zijn de woorden uit de woordenlijst van 'De Lantaarn' ook zo geplaatst, dat er makkelijk kaartjes van geknipt kunnen worden. Maar ook als men met andere woordpakketten werkt, gaan we ervan uit dat de woorden op losse kaartjes komen, in ieder geval als er extra hulp nodig is. Het herhalings- of oefensyteem dat u bij de orthotips van 'De Lantaarn' kunt vinden, werkt hier ook mee.

Allereerst nu de één-lettergrepige woorden.

kaartje pakkenHiermee wordt de aandacht meer op het woord gericht, dan wanneer we met een rijtje woorden werken (om nog maar niet te spreken van woorden die zomaar achter elkaar in een regel staan). Wil men toch met een rijtje woorden werken, gebruik dan een woordvenster.
hardop lezenOp deze wijze worden zien en horen geactiveerd. Is het een luisterwoord?
Bovendien: wat betekent het woord?
moeilijke lettersHiermee wordt de aandacht nog meer op het woord gericht, waarbij ook weetwoorden gesignaleerd kunnen worden. In een later stadium komt hier de hoofdregel voor de eind d of t aan de orde.
foto makenZo wordt geprobeerd het geheugen voor het woordbeeld te activeren. Belangrijk! Kinderen met spellingsproblemen raken in verwarring als ze naar het woord kunnen blijven kijken. Dit geldt trouwens ook voor leesproblemen (zie 'Orthotips').
(Het alfabetisch spellen is een belangrijke steun bij de vorming van het spellings-woordbeeld. Dus |smaak| wordt gespeld als [es] [em] [a] [a] [k]
Deze werkwijze lijkt ons van 'De Lantaarn' vanaf half groep 5 aan de orde te kunnen komen als hulpmiddel bij dit gedeelte.)
kaartje omdraaienDeze beslissing mag het kind pas nemen, als het zeker van zijn zaak is. Zo nodig mag het teruggaan naar vorige stappen.
uit het hoofdAls nu blijkt dat het opschrijven moeilijk gaat, wordt duidelijk waaraan in de vorige stappen te weinig aandacht is besteed.
controleEen vanzelfsprekende afsluiting; als er nu een fout gemaakt blijkt te zijn, dan wordt besproken waarop extra gelet moet worden. Het woord keert dan in het oefenen terug. (Zie ook het herhalingssysteem bij de orthotips van 'De Lantaarn'.)

Met zo'n stappenplan erbij begint men de woorden te leren, maar zo snel mogelijk moet het kind de stappen zelf uit het hoofd weten. Zodat het kan zeggen: eerst moet ik dit doen en dan dat, enz. Niet aan de hand van leerkracht of ouder door de stappen heen gaan, maar zelfstandig dit kunnen. Dat is heel essentieel. Het kind moet zover komen, dat het in onderstaande figuur bij het betreffende nummer de goede stap kan 'voorspellen':


woordstudie zonder lettergrepen
(met deze figuur kunt u dat trouwens ook aardig oefenen!)

De aanleerstappen zijn als volgt:

  1. stapsgewijze instructie door de leerkracht
  2. gebruiken als hulpkaart onder begeleiding van de leerkracht
  3. zelfstandig gebruiken als hulpkaart
  4. uit het hoofd leren van de structuur

Deze woordstudietechniek met één-lettergrepige woorden is ook als losse pagina bij 'De Lantaarn' te vinden, met een verwijzing naar de zwart-wit versie. U vindt er ook meer aanwijzingen voor het gebruik ervan.

Op deze plaats moet nu een uitbreiding gemaakt worden. Het gaat over de eind d of t; een hoofdregel. U ziet hem hier in beeld:

-d/-t regel

Ook hier weer: de regel moet na instructie en oefenen, uit het hoofd gekend worden.

hoofdregel eind d of t (animatie)



terug naar het begin

Dan nu woorden met lettergrepen.

Als de kinderen dit probleem nu eens onder de knie zouden krijgen, wat zou hun spelling dan opknappen!

De woordstudietechniek die we zojuist gezien hebben, wordt uitgebreid met een stappenplan voor de lettergreepregels. Dat kan natuurlijk alleen maar als die regels reeds gekend worden. We gaan daar bij het onderdeel lettergreepregels apart op in. Nu eerst de fases van de woordstudietechniek 'zo leer ik de moeilijke woorden'.

kaartje pakken

Hiermee wordt de aandacht meer op het woord gericht, dan wanneer we met een rijtje woorden werken (om nog maar niet te spreken van woorden die zomaar achter elkaar in een regel staan). Wil men toch met een rijtje woorden werken, gebruik dan een woordvenster.
hardop lezenOp deze wijze worden zien en horen geactiveerd. Is het een luisterwoord? Of is een deel van het woord dat?
Bovendien: wat betekent het woord?
moeilijke lettersHiermee wordt de aandacht nog meer op het woord gericht, waarbij ook de vraag is of het om een weetwoord gaat en of de hoofdregel voor de eind d of t aan de orde is.
lettergrepenHet verdelen in lettergrepen moet natuurlijk al geleerd zijn. Op dit punt in deze woordstudie worden de lettergreepregels geactiveerd.
stappenplan lettergrepen
stappenplan lettergrepen
foto makenZo wordt geprobeerd het geheugen voor het woordbeeld te activeren. Belangrijk!
(Het alfabetisch spellen is een belangrijke steun bij de vorming van het spellings-woordbeeld. Dus |smaak| wordt gespeld als [es] [em] [a] [a] [k]
Deze werkwijze lijkt ons van 'De Lantaarn' vanaf half groep 5 aan de orde te kunnen komen als hulpmiddel bij dit gedeelte.)
kaartje omdraaienDeze beslissing mag het kind pas nemen, als het zeker van zijn zaak is. Zo nodig mag het teruggaan naar vorige stappen.
woord opschrijvenAls nu blijkt dat het opschrijven moeilijk gaat, wordt duidelijk waaraan in de vorige stappen te weinig aandacht is besteed.
controleEen vanzelfsprekende afsluiting; als er nu een fout gemaakt blijkt te zijn, dan wordt besproken waarop extra gelet moet worden. Het woord keert dan in het oefenen terug. (Zie ook het herhalingssysteem van 'De Lantaarn'.)

We herhalen hier dezelfde aanwijzingen als bij de woordstudie van één-lettergrepige woorden:

Met zo'n stappenplan erbij begint men de woorden te leren, maar zo snel mogelijk moet het kind de stappen zelf uit het hoofd weten. Zodat het kan zeggen: eerst moet ik dit doen en dan dat, enz. Niet aan de hand van leerkracht of ouder door de stappen heen gaan, maar zelfstandig dit kunnen. Dat is heel essentieel.

Het kind moet zover komen, dat het in onderstaande figuur bij het betreffende nummer de goede stap kan 'voorspellen':

woordstudie met lettergrepen

Voor de zekerheid nog een keer de aanleerstappen:

  1. stapsgewijze instructie door de leerkracht
  2. gebruiken als hulpkaart onder begeleiding van de leerkracht
  3. zelfstandig gebruiken als hulpkaart
  4. uit het hoofd leren van de structuur

Ook de woordstudietechniek met meer-lettergrepige woorden is als losse pagina bij 'De Lantaarn' te vinden, eveneens met een verwijzing naar de zwart-wit versie. U vindt er ook uitgebreidere aanwijzingen voor het gebruik ervan.



terug naar het begin

Lettergreepregels.

In dit gedeelte geven we de grote lijnen aan.  Bij 'De Lantaarn' kunt ook een gedetailleerde opzet vinden.

Bij het toepassen van lettergreepregels voor de schrijfwijze moet het verdelen in lettergrepen op het gehoor eerst beheerst worden. Met enige nadruk: op het gehoor. Dan gaat het nog niet om het leren van de spelling van een woord; het gaat om het verdelen. Verdelen in lettergrepen sluit aan bij het luisteren en lezen. Er is dus een bepaald leesniveau nodig en een goede gerichtheid op het luisteren. Ook het naar jezelf luisteren, met later een soort innerlijk horen.

Nog even een opmerking: het is onbelangrijk hoe woorden afgebroken moeten worden aan het eind van een regel. (Als je dat niet weet, vermijd dan dit probleem door op een nieuwe regel te beginnen.) Daarover gaat dit gedeelte dus niet!

Oefeningen op het gehoor worden in het onderwijs auditieve oefeningen genoemd. Die zijn belangrijk, ook in dit geval. Als kinderen tijdelijk of langdurig slecht horen, blijken ze veel te missen. Vooral wanneer de taalontwikkeling zo opvallend in opbouw is als bij peuters en kleuters. Dan merk je dat er verkeerde koppelingen tussen nieuwe begrippen en woorden ontstaan. Maar ook later als het meer om details gaat, hebben zulke kinderen het moeilijk. Dit geldt ook voor kinderen die slecht hebben leren luisteren, al ligt dit natuurlijk anders dan wanneer er een gehoorprobleem is.

Termen:
We gebruiken op deze plaats het traditionele woord lettergreep. Eigenlijk zou klankgroep beter op zijn plaats zijn, want die term zou meer uitdrukken dat het gaat om het luisteren.
(Als u helemaal van klankgroepen wilt uitgaan, dan vindt verderop ook aangeven hoe dit zou kunnen.) Ook spreken we van klinkers, medeklinkers en tweeklanken.
En verder hebben we het bij de klinkers over een lange klank en een korte klank.

                    Voor wie het een beetje kwijt is:
                    klinkers: a, e, o, u, i
                    tweeklanken: ij, ei, ou, au, ie, oe, ui, eu
                    medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, z

Eerst dus leren verdelen in lettergrepen op het gehoor. De woorden worden daarna opgeschreven, als een soort vastlegging. Opgepast: geen schriftelijke oefeningen als oefenvorm, zonder spreken en luisteren. Het gaat er niet om: wat denk ik of wat weet ik al van het woord, maar om: wat hoor ik. En het gaat al helemaal niet over het afbreekstreepje aan het eind van een regel.

luisteren
Voor de auditieve oefeningen selecteren we de woorden met de volgende opbouw:

1. Tussen twee medeklinkerseerst woorden die bestaan uit twee zelfstandige delen: zak-doek, dan het type kis-ten (nog niet: mes-sen; zie bij 4.)
2. Na een tweeklank kou-sen, bij-en
3. Na een lange klankra-men
4. Na een korte klankmes-sen
5. Na aai, ooi, oeihaai-en, kooi-en, loei-en
6. Opgelet: bij eeuw en ieuwtussen eeu-w (sneeu-wen), ieu-w (kieu-wen)

Hierbij wordt dan het stappenplan toegepast:

Hierbij horen 4 hoofdregels:

4 hoofdregels

Als invulregels:


Als u helemaal uit wilt gaan van klankgroepen dan kan de 'kisten- en messen-regel' ook anders aangeleerd worden; het is dan één regel:

na een korte klinker schrijf je twee medeklinkers

Deze aanpak berust op het gegeven, dat je [kisten] in delen uitspreekt als [ki sten] als je niet apart geoefend hebt op [kis ten]. En [resten] klinkt als [rè sten].

Zo ook: [messen] klinkt als [mè sen]. Steeds hoor je een korte klinker, waarna er twee medeklinkers geschreven moeten worden. Dus schrijf je {ki STen}, {res STen} en {me SSen}.

De 'ramen-regel' wordt dan zo:

na een lange klinker schrijf je één medeklinker

Uit alles tot nu toe zal u duidelijk zijn, dat de kennis van klinkers en medeklinkers onontbeerlijk is. Wij van 'De Lantaarn' zijn er voorstander van om deze benamingen aan te leren.
U hebt nu de lettergreepregels in grote lijnen de revue zien passeren. Als u op de onderstaande afbeelding klikt, gaat u naar de gedetailleerde beschrijving van de aanpak.

naar de uitgebreide versie van de lettergreepregels




terug naar het begin

Dyslexie of dysorthografie?

Of het nu gaat over dyslexie (bij het lezen), over dysorthografie (bij de spelling) of over dyscalculie (bij het rekenen): wij van 'De Lantaarn' vermijden deze termen hier.

Op de basisschool gaat het om het verwerven van basiskennis en basisvaardigheden waaraan zo goed mogelijk gewerkt moet worden. Dan kan er sprake zijn van bepaalde zwaktes: bijv. een leeszwakte, een spellingszwakte of een rekenzwakte. Het is van belang om dit tijdig te signaleren en de hulp hierop af te stemmen, eventueel door nader onderzoek. Maar om dan meteen al van dyslexie, enz. te spreken, gaat ons te ver. Hoogstens zouden we in de basisschoolleeftijd willen spreken van kenmerken van dyslexie, kenmerken van dysorthografie of kenmerken van dyscalculie. We moeten de problemen wel onderkennen, maar veel hangt ervan af hoe het onderwijs vorm wordt gegeven. En daarover hebben wij het van 'De Lantaarn' steeds.

Als nu, na acht leerjaren goed basisonderwijs, een kind slecht is gebleven in een bepaalde vaardigheid, dan pas spreken wij van 'De Lantaarn' van dys...... (dys=slecht). En als het allemaal moeizaam is gegaan, maar toch voldoende eindigt, dan geven we aan het voortgezet onderwijs door dat er sprake is van bijv. kenmerken van dysorthografie, zodat men daar weer de passende maatregelen kan nemen.

Moeten we dan onderscheid maken tussen kenmerken van dyslexie en van dysorthografie? Naar onze mening wel, want het leren lezen van een taal is iets anders dan het leren schrijven ervan. Gaat u bij uzelf maar na: een bepaalde vreemde taal lezen, dat lukt nog wel aardig, maar het schrijven ervan is een ander verhaal. Het komt in de basisschool nogal eens voor, dat een kind het lezen onder de knie heeft gekregen, maar dat de spelling moeizaam gaat. Er is dan geen sprake van 'slecht lezen', maar toch heeft men het over dyslexie. Echter: het is dysorthografie. Ook in het vervolgonderwijs kunnen er problemen zijn met de spelling, die men dan met dyslexie bestempelt. De basisschool had het daar niet over, omdat het eindniveau van het lezen voldoende was. De ouders komen dan met verwijten naar de basisschool, dat men de dyslexie niet gesignaleerd heeft. Ten onrechte: er is sprake van dysorthografie en niet van dyslexie.

Belangrijke aandachtspunten voor het leren van de spelling (en van het lezen).

We ontlenen deze aandachtspunten met toestemming aan een artikel van

    J.L.M Schraven en A.M.T. Bosman in het Ts. voor Remedial Teaching jrg. 16, nr. 1 (2008): Lezen en spellen (over de effectiviteit van de methodiek 'Zo leer je kinderen lezen en spellen'.)

  • In de eerste plaats vinden we daarin steun voor het onderscheid tussen leren lezen en het leren van de spelling.
    Lezen en spellen zijn twee apart te leren vaardigheden.
    Leerkrachten moeten weten welke oefeningen bij welke vaardigheid horen. Daarom moeten auditieve synthese en auditieve analyse uit elkaar gehaald worden.
    Auditieve synthese is een hulpoefening voor lezen. Een soort warming up voordat met het lezen begonnen wordt.
    Auditieve analyse echter heeft dezelfde functie bij het spellen.
  • Gezamenlijk oefenen en daarbinnen differentiëren in de opdrachten is een waardevolle leerervaring voor elke leerling. Het plakken of hakken vindt dan bij de ene leerling bijv. plaats met een aanleerniveau van woorden die uit drie klanken bestaan (zoals |maak|) en bij de ander op een niveau hoger (zoals |smaak|) Zie ook onze uitwerking van 'Een veilige manier van differentiëren in het basisonderwijs.
  • Fonemisch bewustzijn is een belangrijk ontwikkelingsgegeven, maar de ontwikkeling ervan heeft bij een zekere rijpheid ook stimulans nodig. Het gaat hierbij om het leren/ervaren van welke klank bij welke letter hoort en hoe dit werkt bij meerdere letters samen. Dus [m] [aa] [k] en [sm] [aa] [k]. En ook weer: gezamenlijk oefenen.
    Door te lang op het niveau van woorden met twee of drie klanken te blijven doorgaan, wordt de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn vertraagd.
  • Tijdens instructie en oefening zitten de leerling met het gezicht naar de leerkracht. Dat is een belangrijke voorwaarde om te voorkomen dat de kinderen een woordbeeld vormen in de verkeerde richting ('omkeringen').
  • Het werken met een letterdoos is tijdrovend, waardoor de effectieve leertijd hierbij gering is. Bovendien schrijven de kinderen dan niet daadwerkelijk.
  • Het alfabetisch spellen is een belangrijke steun bij de vorming van het spellings-woordbeeld. Dus |smaak| wordt gespeld als [es] [em] [a] [a] [k]
    Deze werkwijze lijkt ons van 'De Lantaarn' vanaf half groep 5 aan de orde te kunnen komen.

 




terug naar het begin

Oefensysteem.

Het behoeft geen toelichting dat de ene leerling meer herhaling nodig heeft dan de andere en vooral als er sprake is van spellingszwakte is een goed oefensysteem van belang. Het komt maar al te vaak voor dat de aanwijzingen dan beperkt blijven tot 'meer oefenen'. Er valt meer over te zeggen. Bij 'De Lantaarn' kunt u een effectief oefensysteem vinden, dat bovendien makkelijk te regelen is en bruikbaar is voor zowel op school als thuis.
Maar opgepast! Niet klakkeloos oefenen als de woordstudietechniek nog niet in orde is. En ook niet als er aan de kennis en de toepassing van de spellingsregels nog het nodige ontbreekt.


info
(zo gaat u naar de 'links' van de Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders:)
Informatie van anderen.


Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

terug naar het begin


aantal bezoekers:
Free counter and web stats

Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen, wij zijn te bereiken via E-mail
door te klikken op:
e-mail

Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft.