Naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' nog meer te bieden heeft. DE SPELLING LEREN
Bij het leren van de spelling kun je een heel eind komen als je schrijft zoals je het hoort. Dat veronderstelt:
Er zijn ook moeilijke klanken die we schrijven met meerdere lettertekens als bijv. ui, eu, eeuw, enz. Die krijgen dan ook in elke methode aparte aandacht. Een woord waarbij de koppeling tussen de klank en het teken geen misverstand kan oproepen, noemen we een klankzuiver woord (rek is klankzuiver, maar rijk niet, want dat zou ook als reik geschreven kunnen worden). We noemen zo'n klankzuiver woord een luisterwoord. Bij de niet-klankzuivere woorden beginnen dus de problemen. Die moet je apart leren, zoals lijn of lein, hout of haut, enz.. Soms is er nog een extra steuntje mogelijk. Bijv. het woordje leer lijkt te klinken als [lir] maar dat komt door de 'rare rakker' r. Dat moet je dus weten en daarom hebben we het over een weetwoord. Verder zijn er de woorden waarbij regels worden toegepast. Als aparte groep worden de werkwoorden onderscheiden, maar er zijn ook regels voor de eind -d of -t (hoed of hoet) en voor de lettergrepen.We hebben het dan over een regelwoord. Wij van 'De Lantaarn' zullen de woorden indelen in:
Met deze indeling bieden wij een woordenlijst aan met minimumstof.
terug naar het begin Hoe leer ik de woorden goed schrijven? Het antwoord lijkt zo simpel: door ze goed te oefenen. Maar meestal wordt de kinderen niet geleerd hoe dat in z'n werk gaat. En als je een kind dan vraagt, hoe dat oefenen moet, dan krijg je antwoorden als: goed bekijken, tien keer overschrijven, enz. En als je het aan de leerkracht vraagt, dan wordt er vaak verwezen naar de methode die men gebruikt. Daarin staan dan leuke werkvormen, maar slechts zelden lees je iets over een woordstudietechniek. Wij van 'De Lantaarn' willen spellingsproblemen vooral benaderen vanuit de vraag: 'hoe pakt een kind het aan om een woord foutloos te schrijven', m.a.w. hoe pakt het een spellingsprobleem aan. En dat hangt ervan af hoe een woord aangeleerd is; heeft het toen geleerd om de juiste denkstappen te zetten en vervolgens: worden die nu toegepast. Dus de toepassingsstrategie, gekoppeld aan de aanleerstrategie. En zo komen we uit bij de vraag: 'hoe leer ik mijn woorden'. Dus bij de woordstudie. We geven een voorbeeld. Niek is een jongen in groep 4 met ernstige leesproblemen;
hij leest op het niveau van half groep 3, terwijl hij groep 3 al verlengd heeft.
Bovendien heeft hij twee keer per week extra hulp. Er is sprake van dyslectische
kenmerken (voor een toelichting hierop kunt u kijken bij het onderwerp 'Lezen
leren' van De Lantaarn).
De vraag is: hoe leren we Niek zijn spellingswoorden beter leren? Leren leren dus.
terug naar het begin Woordstudietechniek: 'hoe leer ik mijn woorden'. We maken een voor de hand liggend onderscheid, namelijk:
In beide aanpakken wordt gebruik gemaakt van woorden op losse kaartjes. Om die reden zijn de woorden uit de woordenlijst van 'De Lantaarn' ook zo geplaatst, dat er makkelijk kaartjes van geknipt kunnen worden. Maar ook als men met andere woordpakketten werkt, gaan we ervan uit dat de woorden op losse kaartjes komen, in ieder geval als er extra hulp nodig is. Het herhalings- of oefensyteem dat u bij de orthotips van 'De Lantaarn' kunt vinden, werkt hier ook mee. Allereerst nu de één-lettergrepige woorden.
Met zo'n stappenplan erbij begint men de woorden te leren, maar zo snel mogelijk moet het kind de stappen zelf uit het hoofd weten. Zodat het kan zeggen: eerst moet ik dit doen en dan dat, enz. Niet aan de hand van leerkracht of ouder door de stappen heen gaan, maar zelfstandig dit kunnen. Dat is heel essentieel. Het kind moet zover komen, dat het in onderstaande figuur bij het betreffende nummer de goede stap kan 'voorspellen':
De aanleerstappen zijn als volgt:
Deze woordstudietechniek met één-lettergrepige woorden is ook als losse pagina bij 'De Lantaarn' te vinden, met een verwijzing naar de zwart-wit versie. U vindt er ook meer aanwijzingen voor het gebruik ervan. Op deze plaats moet nu een uitbreiding gemaakt worden. Het gaat over de eind d of t; een hoofdregel. U ziet hem hier in beeld:
Ook hier weer: de regel moet na instructie en oefenen, uit het hoofd gekend worden.
terug naar het begin Dan nu woorden met lettergrepen. Als de kinderen dit probleem nu eens onder de knie zouden krijgen, wat zou hun spelling dan opknappen! De woordstudietechniek die we zojuist gezien hebben, wordt uitgebreid met een stappenplan voor de lettergreepregels. Dat kan natuurlijk alleen maar als die regels reeds gekend worden. We gaan daar bij het onderdeel lettergreepregels apart op in. Nu eerst de fases van de woordstudietechniek 'zo leer ik de moeilijke woorden'.
We herhalen hier dezelfde aanwijzingen als bij de woordstudie van één-lettergrepige woorden: Met zo'n stappenplan erbij begint men de woorden te leren, maar zo snel mogelijk moet het kind de stappen zelf uit het hoofd weten. Zodat het kan zeggen: eerst moet ik dit doen en dan dat, enz. Niet aan de hand van leerkracht of ouder door de stappen heen gaan, maar zelfstandig dit kunnen. Dat is heel essentieel. Het kind moet zover komen, dat het in onderstaande figuur bij het betreffende nummer de goede stap kan 'voorspellen':
Voor de zekerheid nog een keer de aanleerstappen:
Ook de woordstudietechniek met meer-lettergrepige woorden is als losse pagina bij 'De Lantaarn' te vinden, eveneens met een verwijzing naar de zwart-wit versie. U vindt er ook uitgebreidere aanwijzingen voor het gebruik ervan.
terug naar het begin In dit gedeelte geven we de grote lijnen aan. Bij 'De Lantaarn' kunt ook een gedetailleerde opzet vinden. Bij het toepassen van lettergreepregels voor de schrijfwijze moet het verdelen in lettergrepen op het gehoor eerst beheerst worden. Met enige nadruk: op het gehoor. Dan gaat het nog niet om het leren van de spelling van een woord; het gaat om het verdelen. Verdelen in lettergrepen sluit aan bij het luisteren en lezen. Er is dus een bepaald leesniveau nodig en een goede gerichtheid op het luisteren. Ook het naar jezelf luisteren, met later een soort innerlijk horen. Nog even een opmerking: het is onbelangrijk hoe woorden afgebroken moeten worden aan het eind van een regel. (Als je dat niet weet, vermijd dan dit probleem door op een nieuwe regel te beginnen.) Daarover gaat dit gedeelte dus niet! Oefeningen op het gehoor worden in het onderwijs auditieve oefeningen genoemd. Die zijn belangrijk, ook in dit geval. Als kinderen tijdelijk of langdurig slecht horen, blijken ze veel te missen. Vooral wanneer de taalontwikkeling zo opvallend in opbouw is als bij peuters en kleuters. Dan merk je dat er verkeerde koppelingen tussen nieuwe begrippen en woorden ontstaan. Maar ook later als het meer om details gaat, hebben zulke kinderen het moeilijk. Dit geldt ook voor kinderen die slecht hebben leren luisteren, al ligt dit natuurlijk anders dan wanneer er een gehoorprobleem is. Termen: Voor
wie het een beetje kwijt is: Eerst dus leren verdelen in lettergrepen op het gehoor. De woorden worden daarna opgeschreven, als een soort vastlegging. Opgepast: geen schriftelijke oefeningen als oefenvorm, zonder spreken en luisteren. Het gaat er niet om: wat denk ik of wat weet ik al van het woord, maar om: wat hoor ik. En het gaat al helemaal niet over het afbreekstreepje aan het eind van een regel.
Als invulregels:
Als u helemaal uit wilt gaan van klankgroepen dan kan de 'kisten- en messen-regel' ook anders aangeleerd worden; het is dan één regel:
Deze aanpak berust op het gegeven, dat je [kisten] in delen uitspreekt als [ki sten] als je niet apart geoefend hebt op [kis ten]. En [resten] klinkt als [rè sten]. Zo ook: [messen] klinkt als [mè sen]. Steeds hoor je een korte klinker, waarna er twee medeklinkers geschreven moeten worden. Dus schrijf je {ki STen}, {res STen} en {me SSen}. De 'ramen-regel' wordt dan zo:
Uit
alles tot nu toe zal u duidelijk zijn, dat de kennis van klinkers en medeklinkers
onontbeerlijk is. Wij van 'De Lantaarn' zijn er voorstander van om deze benamingen
aan te leren. terug naar het begin Dyslexie of dysorthografie? Of het nu gaat over dyslexie (bij het lezen), over dysorthografie (bij de spelling) of over dyscalculie (bij het rekenen): wij van 'De Lantaarn' vermijden deze termen hier. Op de basisschool gaat het om het verwerven van basiskennis en basisvaardigheden waaraan zo goed mogelijk gewerkt moet worden. Dan kan er sprake zijn van bepaalde zwaktes: bijv. een leeszwakte, een spellingszwakte of een rekenzwakte. Het is van belang om dit tijdig te signaleren en de hulp hierop af te stemmen, eventueel door nader onderzoek. Maar om dan meteen al van dyslexie, enz. te spreken, gaat ons te ver. Hoogstens zouden we in de basisschoolleeftijd willen spreken van kenmerken van dyslexie, kenmerken van dysorthografie of kenmerken van dyscalculie. We moeten de problemen wel onderkennen, maar veel hangt ervan af hoe het onderwijs vorm wordt gegeven. En daarover hebben wij het van 'De Lantaarn' steeds. Als nu, na acht leerjaren goed basisonderwijs, een kind slecht is gebleven in een bepaalde vaardigheid, dan pas spreken wij van 'De Lantaarn' van dys...... (dys=slecht). En als het allemaal moeizaam is gegaan, maar toch voldoende eindigt, dan geven we aan het voortgezet onderwijs door dat er sprake is van bijv. kenmerken van dysorthografie, zodat men daar weer de passende maatregelen kan nemen. Moeten we dan onderscheid maken tussen kenmerken van dyslexie en van dysorthografie? Naar onze mening wel, want het leren lezen van een taal is iets anders dan het leren schrijven ervan. Gaat u bij uzelf maar na: een bepaalde vreemde taal lezen, dat lukt nog wel aardig, maar het schrijven ervan is een ander verhaal. Het komt in de basisschool nogal eens voor, dat een kind het lezen onder de knie heeft gekregen, maar dat de spelling moeizaam gaat. Er is dan geen sprake van 'slecht lezen', maar toch heeft men het over dyslexie. Echter: het is dysorthografie. Ook in het vervolgonderwijs kunnen er problemen zijn met de spelling, die men dan met dyslexie bestempelt. De basisschool had het daar niet over, omdat het eindniveau van het lezen voldoende was. De ouders komen dan met verwijten naar de basisschool, dat men de dyslexie niet gesignaleerd heeft. Ten onrechte: er is sprake van dysorthografie en niet van dyslexie.
terug naar het begin Het behoeft geen toelichting dat de ene leerling meer herhaling
nodig heeft dan de andere en vooral als er sprake is van spellingszwakte is een
goed oefensysteem van belang. Het komt maar al te vaak voor dat de aanwijzingen
dan beperkt blijven tot 'meer oefenen'. Er valt meer over te zeggen. Bij 'De Lantaarn'
kunt u een effectief oefensysteem vinden, dat
bovendien makkelijk te regelen is en bruikbaar is voor zowel op school als thuis.
(zo gaat u naar de 'links' van de Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders:) Informatie van anderen. Nieuwe Adviesdienst
voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn' aantal bezoekers: Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen,
wij zijn te bereiken via E-mail Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||