Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn' Naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' nog meer te bieden heeft.
Eerst
dit: We zullen ze verderop nog wel tegenkomen. Maar hoe staat het met: En dan:
In de figuur hiernaast geven wij van 'De Lantaarn' aan hoe we het opvoedproces zien. (Dit is een term van J.F.W.Kok in Specifiek Opvoeden.) Kind en opvoeder bevinden zich samen in een proces. Aan
de kant van het kind is er de persoonsontwikkeling die gevoed wordt door de geboden
kansen, maar het kind is geen 'onbeschreven blad papier'. In de eerste plaats
is er de levensfase; als baby heb je nu eenmaal andere behoeftes en leer
je andere dingen dan als kleuter. En natuurlijk zijn er de aanlegmogelijkheden
en -beperkingen. Verder is het tijdsbeeld waarin we leven van invloed,
met allerlei aspecten: kleine gezinnen, materiële omstandigheden, visuele
prikkels, enz. Dan is er verder nog een bepaald temperament, waarvan we
het idee hebben, dat het aangeboren is. En is er ook een persoonlijke levensweg,
die in de toekomst verborgen ligt? De opvoeder heeft de verantwoordelijkheid om zo goed mogelijke kansen te bieden. Ook aan de kant van de opvoeder zijn er de aspecten die zo net bij het kind genoemd zijn. Hij of zij staat ook voor persoonlijke ontwikkelingstaken, maar dan als volwassene. De levenservaring is het grote verschil met het kind. In die levenservaring hebben zich naast kennis, ook waarden en normen ontwikkeld, evenals vaardigheden, gewoontes en niet te vergeten: gevoelens. Hoe geeft de volwassene nu vorm aan het bieden van kansen? Of anders gezegd: hoe ondersteunt de volwassen het kind om de ontwikkelingstaken zo goed mogelijk op te pakken? In de eerste plaats: de opvoeder moet beschikbaar
zijn; de eigen ontwikkelingstaken mogen niet zo overheersend zijn, dat er onvoldoende
energie beschikbaar is. Dat mag je van een volwassen opvoeder verwachten,voor
zover hij of zij niet door overmacht wordt gehinderd. Van de volwassen opvoeder
mag je vragen om daarvoor maatregelen te nemen, als het gaat om bijv. eigen studie,
werk, relaties, vrije tijd, bijtanken, enz.
Punt 1 en 2 vormen samen de basis voor emotionele veiligheid; een samengaan van genegenheid en verbondenheid, van affectie en relatie. Kortom: affectief-relationele ondersteuning. Punt 2 en 3 geven de mogelijkheid om samen met het kind gedrag bij te stellen: gedragsregulering of gedragscontrole. En door alle drie punten heen is er de informatieve ondersteuning: daarin verduidelijkt de opvoeder de aard van de taak en de wijze waarop die taak opgelost kan worden. Dus (naar: C.F.M. van Lieshout, c.s.):
(Deze componenten van ondersteuning zijn hier geplaatst binnen het opvoedproces. Ze zijn ook van toepassing binnen sociale ondersteuning in het algemeen, bijv. tussen volwassenen onderling.) Veel ontwikkelingstaken kan een kind min of meer vanzelf aan al moeten we ons daarop niet verkijken (aantekening 1). Maar het kan ook zijn, dat de kloof te groot is om de taak alleen aan te kunnen. Dan is het nodig om te analyseren wat er bij het kind ondersteund moet worden. De beperking kan voortkomen uit één of meer van de volgende belemmeringen:
In een overzicht ziet het bovenstaande er zo uit :
In het onderstaande schema kunt u de stappen invullen, die u denkt te zetten als u sociaal-emotionele ondersteuning wilt bieden.
Hierbij
verwijst Als u van het overzicht en het schema op A4 een afdruk wilt maken, dan is dat bij 'De Lantaarn' beschikbaar: 'Sociaal-emotionele ontwikkeling; schema en notatie-formulier'. Via de aantekeningen kunt u een voorbeeld van een ingevuld schema.raadplegen. In
de sociaal-emotionele ontwikkeling is er steeds sprake van een zelfbeeld,
waarin een bepaald zelfvertrouwen wordt beleefd en een zeker vertrouwen
in de ander wordt ervaren. Het zelfbeeld wordt voortdurend bijgesteld op grond
van de beschikbare 'bagage' en de nieuwe ervaringen. En het zou wel eens zo kunnen
zijn, dat hierbij het 'voelen' voorop staat.
Dit wordt competentiebeleving genoemd. (Meer hierover kunt u vinden door op competentiebeleving te klikken.) We kunnen er niet om heen: het gezin is als leefomgeving de belangrijkste ervaringsbron. 'Het gezin als hoeksteen van de samenleving' roept nogal wat bijgedachtes op, maar: het gezin is wel uiterst belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Er zijn veel gezinsfactoren waardoor problemen minder kans krijgen zich te ontwikkelen, of andersom: het zijn juist risico-factoren. Misschien wordt dat in deze tijd te weinig beseft. En met name de normen en waarden, die de vader invult in het gezin, konden wel eens belangrijk zijn voor de gewetensvorming (zie hiervoor de aantekeningen). Een leefomgeving, die op de tweede plaats komt maar toch behoorlijk invloedrijk is, vinden we in de groep leeftijdgenoten. Daarna komt pas de school, maar er is in de basisschoolleeftijd via de school vaak een verband met de groep leeftijdgenoten. In die leeftijdsfase vallen 'school' en 'groep leeftijdgenoten' min of meer samen. Als er problemen zijn met de sfeer in een groep, dan verwijzen we naar het onderdeel 'Een slechte sfeer in de groep'. Na
de basisschoolleeftijd wordt de sociaal-emotionele omgeving van leeftijdgenoten
steeds belangrijker als sociaal netwerk, met alle nadelen als het slecht uitpakt
en voordelen als er een positieve invloed van uitgaat. Vanuit de ervaring zeggen
wij van 'De Lantaarn': houdt als ouders hierbij 'de vinger aan de pols'. Vooral
in de eerste jaren van het vervolgonderwijs kunt u zo nodig nog bijsturen. Gebruik
daarvoor de elementen van sociaal-emotionele ondersteuning zoals we hierboven
aan de orde stelden en overleg bij onzekerheid met de mentor van uw kind. We komen nu tot een samenvatting
van dit gedeelte. 'Omgeving', d.w.z. aanvankelijk de ouders, later ouders en leerkrachten, maar ook leeftijdgenoten; en verderop in de levenslijn kunnen dat zijn: een partner en/of het sociaal netwerk.
Aantekeningen. 1. Situaties hanteren: Je vindt, dat kinderen zelf moeten leren inzien, dat ze een ander moeten helpen en je wilt dat niet 'afdwingen'. In dat pedagogisch klimaat besluit je dat je de sitautie niet zo inricht dat het kind een afwastaak krijgt van jongsaf aan, maar dat je er vanuit gaat, dat het later uit zichzelf zal helpen.Wij van 'De Lantaarn' hebben de ervaring, dat in veel gevallen van dat latere helpen niets komt! Kennelijk is hiervoor een soort gewoontevorming nodig. | terug naar de tekst | 2. Het geweten: Zie hiervoor verder bij het Overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft. | terug naar de tekst | 3. Voorbeeld van een ingevuld schema: Tom. Een slechte sfeer in de groep. De omgeving waarin je
opgroeit heeft een belangrijke invloed op je ontwikkeling. Dat geldt ook voor
de groep waarin je op school zit. Als daar een slechte sfeer heerst, kan dat zelfs
van invloed zijn op de leerprestaties. Zie bijvoorbeeld de negatieve effecten
als je als kind door je groepsgenoten afgewezen wordt. In
de eerste plaats moeten we inzicht zien te krijgen in wat er feitelijk aan de
hand is; een sociogram of sociomatrix dus. Menige leerkracht zal nu misschien
verzuchten: "Had ik het niet gedacht: een sociogram! Veel werk en wat
doe je ermee?" Als het vooral gaat om vormen van kleine criminaliteit in en om de groep, zijn we bij 'De Lantaarn' van mening dat in samenwerking met de betreffende ouders tot actie moet worden overgegaan. We verwijzen hierbij naar 'Uit het nieuws' van juli 1997 bij 'De Lantaarn'. Sociaal-emotionele ondersteuning zoals hierboven bedoeld, is dan wel belangrijk maar niet toereikend. Dit hoofdstuk wordt binnenkort uitgewerkt. 'De Lantaarn' plaatst dit onderwerp binnen de ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook dit hoofdstuk is gauw aan de beurt. Dit deel gaat over kinderen die op school niet goed luisteren naar uitleg en opdrachten. Hun concentratie laat te wensen over. Er zijn werkhoudingsproblemen. Om hiermee verder te komen, moet je het kind en de achtergronden goed kennen. We vragen ons dan eerst af met welk hoofdaspect we mogelijk te maken hebben:
Het is natuurlijk goed mogelijk, dat meerdere aspecten een rol spelen. We zouden dat zo kunnen aangeven: 1 (4). Wat dan betekent: het belangrijkste probleem is 'het kind is niet gewend te luisteren of geconcentreerd bezig te zijn; dat moet aangeleerd worden' (maar er is ook sprake van:' hetgeen aan de orde is, boeit het kind niet; we moeten zoeken naar middelen om de motivatie te beïnvloeden'). Een hoofdaspect en een nevenaspect dus. 'De Lantaarn' heeft dit onderwerp geplaatst bij 'ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling'. We willen het namelijk vooral benaderen vanuit gezichtspunten als betrokkenheid en gerichtheid. Of anders gezegd: hoe komt het dat dit kind een bepaalde ontwikkelingstaak niet oppakt? (Er kunnen zelfs zoveel problemen zijn, dat we spreken van een ontwikkelingsstoornis.) En: wat kunnen we eraan doen om de kansen te verbeteren dat de ontwikkelingstaak wel wordt opgepakt? We oriënteren ons dus op de begrippen zoals die al eerder in een schema zijn samengevat. Voor de volgende denkstap maken we gebruik van de mogelijkheden van HTML: door in bovenstaand genummerd overzicht op de schuingedrukte kern te klikken, komt u een denkstap verder. (Terug naar het genummerde overzicht). U kunt overigens ook via onderstaand overzicht verder gaan door zelf keuzes te maken. 1.
niet gewend 2.
fysieke conditie 3. ruimte 4.
motivatie Intrinsieke motivatie komt van binnenuit, terwijl extrinsieke motivatie van buitenaf wordt opgeroepen, bijv. motivatie om de juf een plezier te doen, of omdat anders een bepaalde beloning niet verkregen wordt, of omdat iemand zegt dat het moet, enz. Wij
van 'De Lantaarn' gaan niet mee met de gedachte, dat het allerbelangrijkste bij
motivatie is, dat het kind het leuk vindt om het werk te doen en ook niet dat
het vooral eigen keuzes moeten kunnen zijn. 5.
emotioneel Bij incidentele problemen gaan de emotionele gevolgen na kortere of langere tijd weer voorbij. We geven enkele voorbeelden. Er heeft thuis een ernstige
ruzie plaatsgevonden, maar die wordt weer bijgelegd. Als een kind hiermee nogal zit, is het vaak niet voldoende om er alleen maar aandacht aan te besteden: affectief-relationele ondersteuning m.b.t. het denken (A-d) en voelen (A-v). Hoe moet het hiermee de rest van de schooldag omgaan? Is het mogelijk de druk van de gevoelens te verminderen/ te reguleren en hoe? Dit zou bijv. kunnen door het probleem samen met het kind op een papiertje te schrijven en dan samen in een 'belangrijk doosje' te doen, als ritueel om het even van je af te zetten: gedragsregulering en informatieve ondersteuning m.b.t. het voelen (G-v en G-i).
Op
een later tijdstip kan er dan op teruggekomen worden. Bij structurele emotionele problemen blijven de emotionele gevolgen alsmaar doorwerken. Dit belemmert het kind in het oppakken van ontwikkelingstaken, ook wat betreft het schoolse leren. Er is sprake van een traumatische ervaring; in dit verband willen we ook wijzen op het beeld van de frustratie-neurose, bij de mens die geen bevestiging heeft ervaren (A.A.A. Terruwe). Hierbij is deskundige begeleiding nodig. Op deze plaats
vragen we aandacht voor de positie die het kind inneemt in de klas, als het afgewezen
wordt door groepsgenoten. Er is een verband tussen een slechte werkhouding
en afgewezen worden, wat vooral bij jongens merkbaar is. 6.
in het kind De laatste tijd wordt nogal eens gesproken over contactstoornissen die op autisme lijken en aangeboren zouden kunnen zijn. Hierbij is vaak informatieve ondersteuning van belang. Afhankelijk van de ernst van de verschijnselen
is er toch vaak goede sociaal-emotionele ondersteuning mogelijk, ook bij deze
belemmeringen die in het kind zitten. Op deze plaats is het goed om het nog eens
te hebben over 'het bieden van kansen', zodat ontwikkeling mogelijk wordt. Omdat zo'n kind vaak alleen maar gedragsregulerend benaderd wordt:
veel structuur geven. En dat is natuurlijk ook nodig. Maar uiteindelijk zal het
moeten gaan over de vraag: leer mij zelf structuur aan te brengen, zodat
ik ... (en vult u zelf maar verder aan). 7. leerkracht Als het probleem zit in de manier van onderwijs geven, dan kan begeleiding m.b.t. klassenmanagement verbetering geven. Bij een onderwijsbegeleidingsdienst is men hiervoor aan het goede adres. Ook als het probleem wat breder ligt, maar niet direct een therapeutische benadering vraagt, is zo'n dienst het goede adres (in dit opzicht maakt men er te weinig gebruik van - is de inschatting van 'De Lantaarn'). Helaas wordt er vaak 'intern' eerst wat geprobeerd (binnen de school dus) en haalt men er te laat iemand van buiten de school bij. Dit laatste heeft een voorkeur omdat zo iemand 'psychologisch onafhankelijk' is.
Nieuwe
Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn' Hebt
u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen, wij zijn te bereiken via E-mail Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft. |