Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

ORTHOTIPS

Wat zijn dat: orthotips?Tafelkaart
OefensysteemInformatie van anderen
Omkeringen met lezen
idee en uitwerking © J.Crum

Wat zijn dat: orthotips?

Het woorddeel ortho vinden we ook in bijv. orthodontist en orthopedisch. Het betekent zoveel als 'recht maken, in orde maken'. Bij een orthodontist die een beugel voorschrijft is het inderdaad vaak een kwestie van 'recht maken'. Ook in het woord orthopedagoog is hetzelfde woorddeel te vinden. In het werk van een orthopedagoog kan er niet altijd sprake zijn van 'in orde maken' zodat er niets meer aan de hand is. 't Is nogal eens een kwestie van mee leren omgaan. Zo moet u ook de orthotips zien: misschien is de tip afdoende en anders valt er in ieder geval beter met het probleem om te gaan.


Terug naar het begin van deze pagina


Tafelkaart

Het gaat hier om een hulpmiddel voor oudere leerlingen, die na veel geoefen de tafels nog niet beheersen. (Niet geschikt voor kinderen die met het tafels-leren beginnen).

 1 x 2 =
 2 x 2 = 4
 3 x 2 = 6
 4 x 2 = 8
 5 x 2 = 10
 6 x 2 = 12
 7 x 2 = 14
 8 x 2 = 16
 9 x 2 = 18
10x 2 = 20
 1 x 3 =
 2 x 3 =
 3 x 3 = 9
 4 x 3 = 12
 5 x 3 = 15
 6 x 3 = 18
 7 x 3 = 21
 8 x 3 = 24
 9 x 3 = 27
10x 3 = 30
 1 x 4 =
 2 x 4 =
 3 x 4 =
 4 x 4 = 16
 5 x 4 = 20
 6 x 4 = 24
 7 x 4 = 28
 8 x 4 = 32
 9 x 4 = 36
10x 4 = 40
 1 x 5 =
 2 x 5 =
 3 x 5 =
 4 x 5 =
 5 x 5 = 25
 6 x 5 = 30
 7 x 5 = 35
 8 x 5 = 40
 9 x 5 = 45
10x 5 = 50
 1 x 6 =
 2 x 6 =
 3 x 6 =
 4 x 6 =
 5 x 6 =
 6 x 6 = 36
 7 x 6 = 42
 8 x 6 = 48
 9 x 6 = 54
10x 6 = 60
 1 x 7 =
 2 x 7 =
 3 x 7 =
 4 x 7 =
 5 x 7 =
 6 x 7 =
 7 x 7 = 49
 8 x 7 = 56
 9 x 7 = 63
10x 7 = 70
 1 x 8 =
 2 x 8 =
 3 x 8 =
 4 x 8 =
 5 x 8 =
 6 x 8 =
 7 x 8 =
 8 x 8 = 64
 9 x 8 = 72
10x 8 = 80
 1 x 9 =
 2 x 9 =
 3 x 9 =
 4 x 9 =
 5 x 9 =
 6 x 9 =
 7 x 9 =
 8 x 9 =
 9 x 9 = 81
10x 9 = 90

Kijk voor de tafelkaart bij 'De Lantaarn': 'Tafelkaart'. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het 'omkeerprincipe': 7 x 8 = 8 x 7 ; hiervan staat 7 x 8 niet ingevuld en voor het antwoord moet gekeken worden bij 8 x 7.

Werkwijze.

  1. ongeveer 3 weken naast het werk gebruiken; antwoorden zo nodig opzoeken, eventueel m.b.v. het 'omkeerprincipe'.
  2. ongeveer 3 weken kaart in het laatje en alleen in geval van nood eruit pakken. De kaart uit het hoofd leren, te beginnen bij de tafel van 9 (dat is dus alleen 9 x 9 en 10 x 9).
    Er zijn hoogstens nog maar 44 antwoorden te leren!
  3. kaart bij de leerkracht en zo nodig halen. De inprenting van de kaart blijven herhalen.


Terug naar het begin van deze pagina


Oefensysteem

Herhaling is nog altijd één van de middelen om bepaalde kennis en vaardigheden in het geheugen op te nemen. Tenminste als er ook motivatie aanwezig is om die kennis en vaardigheden te onthouden. Een middel om de herhaling te bevorderen en te leiden, is het '1-2-3-klaar' systeem. Het is bedoeld voor kinderen die op de gebruikelijke manier bijv. spellingswoordjes of tafels niet hebben onthouden en extra herhaling nodig hebben.

We maken gebruik van 4 doosjes of enveloppen, waarop respectievelijk staat:
1, 2, 3, klaar.

doosje 1 >>>>> doosje 2 >>>>> doosje 3 >>>>> doosje 'klaar'

Werkwijze.
Als voorbeeld nemen we spellingswoordjes. De leerkracht schrijft op een stevig strookje van ongeveer 7 x 1,5 cm een woordje en geeft een aantal van die strookjes met woorden mee om te oefenen, bijv. thuis (met de ouders is dan één en ander uiteraard afgesproken). Die woordjes komen en het eerste envelopje of doosje. Als het oefenmoment is aangebroken, worden ze gedicteerd; bij een fout wordt er meteen gestopt en het woordje wordt getoond en weer bedekt, waarna het kind 't uit het hoofd opschrijft. Daarna wordt het weer teruggedaan in het eerste doosje of envelopje, ook al was het bij de tweede poging goed geschreven; alleen een woordje dat in één keer goed was, gaat naar doosje 2. Als er inmiddels overal woordjes inzitten, dan worden deze woordjes ook meegeoefend en in een volgend doosje gedaan als er bij één keer proberen geen fout in zit. Enz.

Tenslotte komen ze in 'klaar', waarna het geoefende woordje ook echt 'klaar' is (al komt het misschien later nog weer een keer in oefening en opnieuw in doosje 1!). Zo'n woordje is dan drie keer bij de eerste poging goed geschreven ( van 1 naar 2, naar 3, naar klaar).

Belangrijk!!
Bij kinderen met geheugenproblemen is het nodig om een beperking aan te brengen in wat men uit het hoofd wil laten leren. Bijv. een minimum-woordenlijst voor spelling, de dikgedrukte sommen van de tafelkaart (kijk bij 'De Lantaarn': 'Tafelkaart'), voor optellen en aftrekken de tientalpassering. Het systeem leent zich ook voor het makkelijk bijhouden van andere leertaken die herhaald moeten worden.

(Wanneer u het oefensysteem op A4-formaat wilt afdrukken, klik dan hier voor een versie op dit formaat.)


Terug naar het begin van deze pagina


Omkeringen met lezen.

De leesrichting is vaak een punt van verwarring, vooral voor de beginnende lezers ('De Lantaarn' schrijft daarover in 'Lezen leren'; zie het Overzicht). Kinderen die onduidelijk links- of rechtshandig zijn, raken hiermee ook nogal eens in de war. Dan is de verwarring hardnekkiger dan bij beginnende lezers in het algemeen het geval is. Stel u voor: het kind wil lezen:

maar twijfelt over de leesrichting:

of:

? En het kiest voor:

Of de verwarring is nog groter:


Het kind raakt onzeker doordat het de ene keer goed blijkt te lezen en de andere keer niet. En: het weet niet waarom. Als deze situatie te lang voortduurt, komt er helemaal niks meer uit:



Wat kunnen we hieraan doen?



Wij van 'De Lantaarn' hebben goede ervaringen met een werkwijze waarbij het woord niet steeds zichtbaar blijft. 'Beter kijken' helpt namelijk niet, maar werkt eerder verwarrend. We nemen weer het voorbeeld:

Laten we aannemen dat het kind hiermee problemen heeft. Onze stappen:

het kind ziet het woord
het kind ziet het woord en zegt de klanken ervan (verklanken): |r| |aa| |m|

Nu wordt het woord bedekt; deze stap is belangrijk, omdat bij zwakke lezers en bij dyslectische kinderen in het bijzonder, anders allerlei verwarrende activiteiten kunnen optreden waarvan ze zich moeilijk los kunnen maken.
Bijv. de aandacht van het kind valt op de middelste letters aa en het probeert van daaruit oplossingen te bedenken en zegt dan |aar| omdat het dit woord kent. Het kan ook zo te werk gaan vanaf de laatste letter m en dan bij |maar| uitkomen.
Of de drie pootjes van trekken weer eens de aandacht doordat ze vanaf het begin dit al deden en het kind ziet er weer die tunneltjes in en is helemaal niet meer bezig met het woord zelf.
Enz.

(het woord is bedekt)de klanken worden herhaald en gesynthetiseerd (='plakken'): |raam|
(het woord blijft bedekt)het woord opnieuw in klanken zeggen (verletteren, 'hakken'): |r| |aa| |m|
kijken of het klopt; nogmaals het woord zeggen

dus:

het kind ziet het woord
het kind ziet het woord en zegt de klanken ervan (verklanken):
|r| |aa| |m|

het woord wordt bedekt; deze stap is belangrijk
(zie de meer uitgewerkte beschrijving hierboven)

(het woord is bedekt)de klanken worden herhaald en gesynthetiseerd (='plakken'): |raam|
(het woord blijft bedekt)het woord opnieuw in klanken zeggen (verletteren, 'hakken'):
|r| |aa| |m|
kijken of het klopt; nogmaals het woord zeggen

 

Een hulpmiddel is: een pijl onder het woord om de leesrichting aan te geven.

Maar meestal is dit bij hardnekkige problemen niet voldoende. Waarom zouden we trouwens bovenbeschreven werkwijze niet preventief toepassen?!



info
(zo gaat u naar:)
Informatie van anderen.


Nieuwe Adviesdienst voor School en Ouders ~ 'De Lantaarn'

terug naar het begin

Hebt u opmerkingen, aanvullingen, suggesties of vragen, wij zijn te bereiken via E-mail
door te klikken op:
e-mail

Terug naar het overzicht van wat 'De Lantaarn' te bieden heeft.