terug naar:

Schaken in je eigen klas.

Er is een tendens om steeds meer activiteiten op de basisschool door specialisten van buitenaf te laten uitvoeren. Alleen de kosten hiervan belemmeren deze ontwikkeling. Denk hierbij aan bewegingsonderwijs, muziek, beeldende expressie, enz.
Zo komen er ook vrijwilligers van een schaakvereniging in je klas om de kinderen te leren schaken. Jouw leerlingen, waarvan jij de intellectuele mogelijkheden kent en waarbij je de sociaal-emotionele ondersteuning op hen kan afstemmen. Dat kan een buitenstaander veel moeilijker. Waarschijnlijk is de specialistische kennis groter, maar je levert als man of vrouw voor de klas een aantal activiteiten in die nou juist niet dat cognitieve accent hebben, zoals rekenen, taal en dergelijke.

Dat is een verlies.

Schaken in je klas is niet alleen maar het leren spelen van een spelletje.

    • De kinderen moeten zich verdiepen in een stukje theorie. Eigenlijk leren ze daarmee iets vergelijkbaars als bijv. een handleiding doornemen; informatie verwerken dus.
    • Ze moeten hun spel opschrijven. Dan werk je met coördinaten om na een zet de oude positie van een stuk en de nieuwe aan te geven.
    • Het spel heeft z’n regels. Je leert dat het houden aan regels nodig is om samen te kunnen spelen.
    • Het vraagt concentratie om het spel te spelen. Het kind leert zichzelf kennen, met de sterke en zwakke punten (in dit geval bij het schaken). Met die sterke en zwakke punten moet het leren omgaan. Je prettig gedragen als winnaar is net zo belangrijk als tegen je verlies kunnen.
    • Je hebt plezier in je schoolleven.
    • En als leerling van groep 8 daag je misschien wel je eigen leerkracht uit! Ben je dan ook nog de winnaar, dan wordt je positie toch anders. Je bent je leerkracht meester.

Kortom.

Schaken in de klas ondersteunt de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat doe je als meester of juf met je eigen leerlingen. Die taak en verantwoordelijkheid geef je toch niet uit handen? Hoogstens aan een collega als je zelf niet schaken kunt. Trouwens: misschien is het ook wel iets om gewoon te kijken welke persoonlijke kennis en vaardigheden buiten ‘de schoolvakken’ een leerkracht met haar of zijn klas kan benutten. De één leert de kinderen dan schaken, bij de ander ontstaat misschien wel een klassezangkoor.